Korte geschiedenis van de mechatronische muziek in de jaren ‘80
Dit is een korte geschiedenis van de computersturing van muziekinstrumenten en klankinstallaties in de jaren ‘80. In de eerste helft van de 20ste eeuw waren er optische en mechanische technieken om muziekautomaten zoals player piano’s of orkestrions te besturen maar vanaf ca. 1980 verschijnen er instrumenten waarbij elektro-magneten snaren, trommelvellen of klankobjecten aansloegen of elektro-magneten een klep openden waardoor lucht door een orgelpijp kon blazen; een microcontroller (een computer) stuurde elektro-magneten of motoren aan, en deze microcontroller kon dan weer geprogrammeerd worden. In dit artikel bekijk ik de innovaties die kunstenaars en instrumentenbouwers verkenden dankzij deze nieuwe computersturing. (Ik gebruik hiervoor de term ‘mechatronische’ instrumenten, een samentrekking van mechanisch en elektronisch.) Ik som de muzikanten en hun verwezenlijkingen op, en ga ook kort in op de verdere ontwikkeling van hun artistieke carrière in relatie tot die computergestuurde instrumenten. De bestudeerde periode in dit artikel loopt van 1978 tot 1989, de beginperiode van de mechatronische muziekinstrumenten. De dateringen in dit artikel zijn gebaseerd op publieke concerten, expo’s, releases (op LP, CD, cassette) of artikels, niet op anekdotes of interviews van de kunstenaars zelf (die bv. vertellen over de apparaten die ze in hun jeugd gebouwd hebben).
De aanleiding om dit alles neer te schrijven is de vaststelling dat de huidige literatuur over deze eerste, pioniersfase van mechatronische muziekinstrumenten en klankinstallaties vrij onvolledig en weinig gestructureerd is. De kennis om dit artikel te schrijven is gebaseerd op mijn werk en lange engagement in Stichting Logos (Gent, België), tijdschriften en kranten uit de jaren ‘80 en op eigen onderzoek. Dit artikel is een eerste aanzet, hopelijk vind ik in de toekomst de gelegenheid om het uit te werken tot een meer uitgebreid, wetenschappelijk artikel.
Twee afbeeldingen uit de installatiehandleiding van de Pianocorder.
In 1978 brengt het bedrijf Marantz de Pianocorder op de markt, het is een computergestuurde piano, te kopen in twee versies: één als een ‘zelfbouwpakket’ dat een vakman kan installeren op bestaande buffetpiano’s en een tweede ‘all-in-one’ versie waarbij de computersturing en elektromagneten volledig ingebouwd zijn in een piano. In de loop van de jaren ‘80 volgen andere pianofabrikanten (als Nippon Gaki, Yamaha en Bösendorfer). Zij ontwikkelen ook hun versie van de computergestuurde player piano, de Disklavier van Yamaha is hierbij de bekendste. De Pianocorder heeft een belangrijke rol gespeeld in de artistieke ontwikkeling van computergestuurde muziekinstrumenten, vooral dan de ‘zelfbouwpakket’ versie. Zoals je verder in dit artikel zal lezen exploreren verschillende geluidskunstenaars, componisten en instrumentenbouwers in de periode 1980 – 1995 met deze Pianocorder, demonteren die, gebruiken onderdelen of verbouwen ze om eigen mechatronische instrumenten te maken.
Links de door Riddell verbouwde piano, rechts de originele pianocorder.
De pas afgestudeerde Alistair Riddell (°1955) begint Pianocorder onderdelen te monteren op andere piano’s en vanaf 1982 werken te componeren voor dit instrument. Hij bouwt versies waarbij de piano via hamers bespeeld wordt (zoals gangbaar), waarbij de elektro-magneten direct op de snaren slaan (zoals bij een zither) en waarbij de metalen pianosnaren aan het trillen gebracht worden door het magnetisme van de elektro-magneten, een techniek zoals bij een e-bow. Voor deze verschillende piano’s componeert Riddell acht muziekwerken. Vanaf 1986 ontwikkelt hij software waardoor hij de compositie live kan beïnvloeden en aanpassen. Zijn laatste werk Black Moon Assails (1987) noemt hij zelf een improvisatie voor twee computergestuurde (verbouwde) piano’s. Vanaf de jaren ‘90 raakt Riddell meer betrokken in digitale (luidspreker)muziek, de ontwikkeling van interfaces voor elektronische muziek en minder in mechatronische instrumenten. Riddell zijn inventief werk met player piano’s gebeurde in Australië, zijn composities en innovaties zijn daarbuiten in de jaren '80 niet zo gekend geraakt.
Teitelbaum speelt piano(corder) terwijl hij twee andere pianocorders bestuurt
Richard Teitelbaum (°1939) gaat ook aan de slag met de Pianocorder instrumenten, hij verbouwt ze niet zoals Riddell maar begint vanaf 1982 software te ontwikkelen en live performances te maken waarbij hij zelf aan de piano (of een keyboard) improviseert en één of meerdere mechatronische piano’s ‘meespelen’: deze laatste zijn geprogrammeerd (via een computer of digitale interface) om de improvisaties van Teitelbaum te veranderen of beantwoorden. Teitelbaum brengt in de jaren ‘80 twee elpees uit met werk voor computergestuurde piano’s Blends & The Digital Piano Music (1984) en Concerto Grosso (1985). Teitelbaum is anno 1980 een gekende naam in de wereld van experimentele, live elektronische en geïmproviseerde muziek, hij was o.a. één van de oprichters van Musica Elettronica Viva in de jaren ‘60. Zijn werk met mechatronische piano’s kent daardoor een internationale verspreiding. Voor zijn Concerto Grosso krijgt hij ook een prijs (Computer Music) op het Ars Electronica festival 1987 in Oostenrijk. Teitelbaum blijft tot ver in de éénentwingste eeuw actief als experimentele improvisator en componist, hij geeft daarbij regelmatig performances met mechatronische piano’s (meestal met de Disklavier).

Talking Machine van Martin Riches
Martin Riches (°1942) was al actief vanaf de jaren ‘70 als maker van kinetische installaties, daarna kinetische klankinstallaties. Vanaf 1982 bouwt hij ook mechatronische instrumenten zoals zijn Sound Machine (1982) met technische hulp van de componist Roland Pfrengle. Tot ca. 2020 blijft hij zowel computergestuurde als mechanische instrumenten creëren, vaak met een sober ontwerp (overwegend in hout) en verfijnde, zichtbare mechanische onderdelen. Bekend zijn o.a. zijn klanksculpturen zoals Talking Machine die direct geïnspireerd zijn op de menselijke stem.

Aesthetic Research Ensemble (Carney en Bernstein)
Daniel Carney (°1954) en Alec Bernstein (°1954) studeren in de jaren ‘70 muziekcompositie in de VS (Baltimore) en volgen ook samen computercursussen. In het begin van de jaren ‘80 vormen ze het ‘Aesthetic Research Ensemble’. Ze beginnen onderdelen van de Pianocorder aan te passen, de digitale interface te herprogrammeren en zo computergestuurde piano’s en slagwerkinstrumenten (vibrafoon en rototom) te bouwen. Ze componeren hiervoor nieuwe muziek en treden vanaf 1984 op in de VS en twee jaar later ook in Europa. Na enkele jaren programmeren ze net zoals Riddell en Teitelbaum software die het mogelijk maakt om tijdens het afspelen (van hun composities) live aanpassingen te doen, via instructies op het computer toetsenbord. Midden de jaren ‘90 dooft hun artistieke engagement met mechatronische muziek geleidelijk aan uit: Bernstein werkt dan in de auto-industrie als design engineer, Carney geeft muziekles en componeert vooral voor traditionele instrumenten.

Klankinstallatie Wopper van Christof Schlaeger
Christof Schlaeger (°1958) maakt vanaf 1984 indrukwekkende klanksculpturen en anno 2026 heeft hij een permanent museum dat volledig gewijd is aan zijn tientallen creaties. Het merendeel van deze klankmachines (zoals hij ze zelf noemt) zijn computergestuurd. De geproduceerde klanken roepen vaak associaties op aan dagelijkse geluiden, ruis of machines uit de werkomgeving. Aanvankelijk -in de jaren ‘80- gebruikte Schlaeger industriële systemen voor de computersturing, daarna schakelt hij over naar microcontrollers en digitale interfaces die met het MIDI protocol elektro-magneten of motoren aansturen. De -vaak metalen- klanksculpturen van Schlaeger genieten internationale bekendheid. Samen met Martin Riches, Trimpin, Godfried-Willem Raes en Jacques Rémus is hij één van de baanbrekende kunstenaars (uit die generatie van de jaren ‘80) die een omvangrijk, invloedrijk oeuvre van mechatronische instrumenten en klankinstallaties ontworpen heeft.

Jacques Rémus - Ensemble des Machines à Laver Musicales
Jacques Rémus (°1947) is een Franse klankkunstenaar die aanvankelijk als marine onderzoeker werkt maar in het begin van de jaren ‘80 spektakulaire instrumenten en klankinstallaties ontwerpt, vaak voor parades en openlucht-evenementen. Vanaf 1986 zijn die installaties -meestal met duidelijk zichtbare bewegende onderdelen- ook computergestuurd. Vaak combineert hij zijn instrumenten met dansers, muzikanten of acteurs. Soms kan je met bewegingen (via camera-analyse) zijn mechatronische instrumenten bespelen, een uitvoeringstechniek die ook Godfried-Willem Raes veelvuldig toegepast heeft, weliswaar met een radar-interface.

Conloninpurple van Trimpin
Trimpin (°1951) laat in 1986 twee computergestuurde installaties publiek zien: Klompen, waarbij computergestuurde kloppers 96 houten schoenen, opgehangen in de ruimte, aanslaan, en Ringo, een slagwerkinstrument met meer dan honderd trommels, houten en metalen klankstaven, opgehangen over meerdere verdiepingen van één gebouw. Trimpin is vier decennia later een inventief en internationaal gelauwerde kunstenaar met een omvangrijk oeuvre van mechatronische klankinstallaties. Vaak zijn het (speelse) instrumenten met een omvangrijke, ruimtelijke opstelling en meerdere klankproducerende onderdelen binnenin dit omvangrijke instrument.

Het Logos robotorkest van Godfried-Willem Raes
Godfried-Willem Raes (°1952) is al sinds 1968 aktief als componist, performer en maker van experimentele muziek. Hij bouwt in de jaren ‘70 en ‘80 een groot aantal instrumenten, zowel elektronische, mechanische als hybride mixen van beide; voorbeelden zijn de reeks synthelog (analoge) synthesizers en de Pneumafoon installatie. Met deze instrumenten treedt hij vaak internationaal op, o.a. samen met Moniek Darge van Stichting Logos. Vanaf 1986 begint hij de eerste instrumenten computergestuurd te maken (zoals Toetkuip en Hex) en vanaf ca. 1989 vormen computergestuurde instrumenten de hoofdmoot van zijn nieuwe creaties. Voor zijn computergestuurde saxofoon AutoSax gebruikt hij trouwens ook onderdelen van de Pianocorder. Meer dan 35 jaren later heeft hij een heus orkest van meer dan 80 muziekrobots gebouwd. Een groot deel hiervan neemt een bestaand instrument als basis, een kleiner deel zijn eerder als klank- of ruismachines te omschrijven. Niet enkel Raes zelf, maar tientallen Belgische en internationale kunstenaars creëerden muziek voor deze mechatronische instrumenten. Anno 2025 bestaat er een repertoire van honderden originele of gearrangeerde muziekwerken (zelfs avondvullende, originele opera’s) voor dit robotorkest.

Birds van Matt Heckert
De mechatronische klankinstallaties van Matt Heckert (°1957) lijken meer op industriële machines dan op (traditionele) muziekinstrumenten. Heckert studeert aanvankelijk Fine Arts en werkt vanaf 1980 volop mee aan de spektakulaire producties van de performance art groep Survival Research Laboratories (in de VS). In 1988 gaat hij zijn eigen (muzikale) weg en begint computergestuurde instrumenten te maken. Dit mondt enkele jaren later uit in wat hij zijn Mechanical Sound Orchestra noemt, hiervoor ontvangt hij een Golden Nica prijs van Ars Electronica 1997. Hij maakt in totaal een tiental mechatronische klankinstallaties in zijn carrière, na 2010 verdwijnt hij van het publieke toneel.
Tenslotte vermeld ik nog de ‘traditie’, begonnen met Teitelbaum, om een uitvoerder live te laten samenspelen met een mechatronisch instrument. Deze werd al in de jaren ‘80 verdergezet, het gaat bijna altijd over keyboard (of piano) spelers en computergestuurde piano's. Duet for One Pianist (1989) van de componist Jean-Claude Risset is een bekend voorbeeld maar er zijn ook de Variazioni e un piano meccanico (1986) van Clarence Barlow waarbij een deel uit een Beethoven sonate algoritmisch bewerkt en gespeeld wordt door de piano-automaat terwijl terzelfdertijd de pianist op de toetsen speelt.
(versie: 30 mei 2026, Hans Roels)